1 april t/m 16 mei 2021

Caz Egelie & Jesse Strikwerda: A Smoker’s Theatre

Residency

Scene 1. Achter het rookgordijn komt een acteur vandaan, handen uitgestrekt, het toneel op dat de eerste keer lijkt op een mediterraans dorp, een andere keer op een café uit 1920. “Geloof mij” wordt, volgens het script, door de acteur geproclameerd.

[…]

(We lopen door de binnenstad van Utrecht)

Caz: SYB is ook zo’n plek waarin je heel goed een installatie kan maken die de hele ruimte beslaat, […] waarbij je niet hoeft te doen alsof delen er niet zijn.

Jesse: En ook mooi dat je dan de toeschouwer meteen het werk binnen laat komen, ze zitten er middenin of ze willen of niet.

[…]

Bertold: They hand in their hat at the cloakroom, and with it they hand their normal behavior. […] I would be delighted to see our public to be allowed to smoke during performances. […] Mainly for actor’s sake. In my view it is quite impossible for the actor to play unnatural, cramped and old-fashioned theatre to a man smoking in the stalls.

[…]

In april en mei zijn Caz Egelie en Jesse Strikwerda te gast in Kunsthuis SYB. Tijdens hun verblijf werken ze samen om decors en installaties te maken die een rol spelen in een veranderend toneelstuk, waarin steeds andere acteurs een rol spelen. Daarbij baseren zij zich op de Friese traditie van Iepenloftspullen (openluchtspelen), vragen rondom de identiteit van de kunstenaar en Bertold Brecht’s ideeën over The Smoker’s Theatre. Hun project zal (ook in verband met de huidige corona-maatregelen) leiden tot een film die aan het einde van de residency in SYB, van 13 tot en met 16 mei te zien zal zijn.

Caz Egelie (1994) maakt installaties, performances, tweedimensionale werken en video’s. Daarin combineert hij een multidisciplinaire visuele vocabulaire met een conceptuele benadering, met een hang naar theater en performativiteit. Door te verwijzen naar de kunstgeschiedenis en naar andere kunstenaars, en door ongebruikelijke manieren van productie en presentatie in te zetten, speelt Caz een pingpongspel met echt en nep, feit en fictie, reproductie en ‘de handtekening van de kunstenaar’. Door dergelijke classificaties te ontkennen, levert Caz institutionele kritiek vanuit de positie van de nar, met als resultaat iets wat je ‘institutionele grap’ zou kunnen noemen.

Jesse Strikwerda (1991) maakt installaties en sculpturen waarin de maakbaarheid van de werkelijkheid centraal staat. Het uitgangspunt voor dit onderzoek naar een beeld wordt gevormd door het ontrafelen van de verschillende lagen van een geconstrueerde werkelijkheid. Constructies worden omver geduwd, opgetild, verborgen en getoond aan een publiek. Achterdoeken worden voor elkaar gehangen, als verhulling van de onderliggende structuur, en vervolgens door de kunstenaar weer opgetild om diezelfde structuur van een podium te voorzien. Elementen uit de werkelijkheid (bouwmaterialen, feestartikelen, gevonden voorwerpen) worden afgewisseld met beelden (tekeningen, stripachtige elementen en klei-objecten), waardoor een spannend spel ontstaat waarin op een speelse manier pijnlijk duidelijk wordt dat alles gemaakt én afgebroken kan worden.

Dit project wordt mogelijk gemaakt door: