But How Are You, Really?

Over de invloed van context

Deze tekst gaat over context. En dan met name over het jezelf thuis voelen in een context die niet-eigen of anders is. Je kunt interesse hebben in een context anders dan het bekende, het eigene, maar de vraag is: Hoe ga je daarmee om?

Het hoe van deze omgang met een voor jou afwijkende context, wanneer je daarin verkeert of wilt verkeren, stel ik in deze korte beschouwing centraal, naar aanleiding van de werkperiode van onderzoeker Petra Ponte in het Friese Beetsterzwaag. In haar persoonlijke zoektocht stelt Ponte de vraag of en in hoeverre het werk en leven van kunstenares Nola Hatterman (1899-1984) en diegenen die haar inspireerden – onder wie vrijheidsstrijder Boni (ca. 1730-1793) – haarzelf en anderen nu kan inspireren. Zij raakt voor mij daarmee de vraag naar het hoe van sociale relaties in veranderende contexten.

Toen ik onlangs met ongecontroleerde pas van mijn werk terug naar huis slenterde passeerde ik de bekende vijfsplitsing in de stad. De vijf smalle straatjes markeren het centrumhart. Twee van hen kennen een café als hoek. Eén hoek bestaat uit een studentenhuis, de ander mondt uit in een loze, open ruimte dat ooit als een parkje doorging en de laatste in een winkelpand. Wanneer je er fietst, loopt of autorijdt, is het altijd oppassen. Het publiek op de vijfsplitsing moet dan zelf zien uit te vogelen wie als eerste passeert, en wie geduldig wacht. En toch gebeuren er vrijwel geen ongelukken. Juist omdat een ieder naar de andere vier perspectieven op de weg kijkt, boven de eigen straat uitstijgt en het toekomstige ongeluk al probeert te overzien. We letten dus simpelweg op (elkaar).

Conflictsituaties| Ponte en ik ontmoeten elkaar op zondag 17 november 2019. Zij werkt nu een kleine week in het gastatelier aan haar onderzoeksproject Nola & Boni en heeft de wanden van SYB behangen met krantenartikelen, waarvan enkele zinnen geel gemarkeerd. We nemen plaats op de houten bank waar kussens in zijn neergelegd. Vandaag gaat Ponte in gesprek met Ellen de Vries (publicist en onderzoeker) en Marieke Zwart (kunstenaar) zoals in het huis van Hatterman destijds gebeurde: als een plek voor samenkomst, om te praten, te luisteren en te eten en drinken. Het is warm binnen. Er smeult geur van bonenstoof uit de keuken. Een bescheiden groep mensen luistert naar het gesprek, ondersteund met beeldmateriaal van het werk van Hatterman: schilderijen waarop de witte kunstenares veelal zwarte mensen uit haar directe omgeving heeft geportretteerd. Dat Hatterman specifiek zwarte personen in de hedendaagse samenleving in beeld bracht kwam ook vanuit een herkenning die zij ervaarde tussen haar ongelijke positie in die samenleving als vrouw en die van mensen van kleur. In Nederland, en later in Suriname, streed Hatterman tegen racisme en voor antikoloniale bewustwording in de kunst en daarbuiten.

Zwart, die in 2014 naar Curaçao reisde en een film maakte waarin een Curaçaose man de hoofdrol speelt, stond tijdens het editen van de film stil bij de vraag wat zij nu precies gedaan had. Mensen vroegen het haar. Kun je, als witte vrouw, een zwarte man tekenen, en het proces van tekenen –  zonder de man in beeld te brengen – filmen? De camera van Zwart was gericht op haarzelf, zwetend in een shirtje in de hoek van een kleine kamer. Het was juist het conflict wat ontstond dat het handelen interessant voor haar maakte: de verhouding van haarzelf – jonger dan nu – in relatie tot de context waarin zij zich verkeerde, de mensen met wie zij werkte en de relatie tussen hen en het uiteindelijke werk dat ontstond, evenals de plek waarin dit kunstwerk zich later zou kunnen manifesteren. Niet alleen te hebben gezien, maar daadwerkelijk te hebben gevoeld.

Context gaat gepaard met conflict, omdat we slechts vanuit een gering kader kunnen spreken, denken en ervaren. Ik vraag me af of dat interessant is, of problematisch. Zou géén conflict voor vrede zorgen, of zou, zonder conflict, onze innerlijke noodzaak juist zacht verstillen? De zwaarste last bedrukt, maar leert ons tegelijkertijd intens te leven, zoals Milan Kundera zo mooi beschrijft.[1] Zonder zwaarte als tegenkracht stijgen we op als een veertje: vrij, maar zinloos. Zonder conflict zou de strijdlust in ons mogelijk dalen, onze emoties stillen, de wereld barsten. Ik vind dat we conflict niet moeten willen stillen evenals het niet te willen mijden, maar het moeten aangaan. En dan op de goede manier aangaan: het hoe van het aangaan van conflict centraliseren. Geïnteresseerd in het andere buiten het zelf, hoe ga je daarmee om? Het is voor mij de belangrijkste vraag die met het zien van Zwart’s film werd blootgelegd. Om schrijver Bas Heijne te citeren: Als je beseft dat objectiviteit niet bestaat, en alles afhankelijk is van context, hoe ga je dan om met subjectiviteit?[2]

Context Matters| Wanneer we worden aangeraakt door een onbekende (context) aan de hand van een afbeelding, op sociale media of in de krant, kunnen we onszelf zoals Heijne terecht doet de vraag stellen of we onszelf nu écht in aanraking voelen staan met die ander, we er onszelf betrokken door gaan voelen. Betekent het zien van andere(n)(contexten) op beeld, bijvoorbeeld als je pijn of verdriet ziet op TV, dat we onszelf erdoor kunnen laten vervoeren, we uit betrokkenheid gaan handelen? Heijne constateert pijnlijk maar waar dat we als mens inderdaad kunnen trillen op onze benen tijdens en kort na een dergelijk moment van beeld te hebben-gezien, maar het gevoel niet lang daarna weer hevig wegebt, wanneer we gewoon weer ‘aan de borrel’ gaan. Hij ervaarde zelf een mens-tot-mens aanraking (voorbij het zien van een foto in de krant, en voorbij ook deze tekst) tijdens zijn ontmoeting met een oude bekende in Parijs. De bekende was werkloos geworden, bracht zijn nachten door bij vrienden, maar ook op straat. Aan de Parijse’ bar stortte de man in. Heijne stond nu oog in oog met de wereld van armoede, welke voor hem altijd ver weg was geweest.[3] Een omgang met subjectiviteit en de bereidwilligheid om in dialoog met het onbekende te staan, begint vooral met te-voelen, en daarvoor is ontmoeting nodig, zoals door Zwart herhaaldelijk aan Curaçao.

Een Ander toe te laten door interne grenzen meer open te stellen begint volgens mij met die ontmoeting aan die bar, of waar dan ook nabij-te-zijn. David Bernstein stelt in The Water Party voor dat water een magisch redmiddel voor ons zou kunnen zijn, om ontmoeting in het publieke domein – wat heden ten dagen toch meer als ‘semipubliek’ kan doorgaan – samen te realiseren. Zijn tekst[4] kan worden benaderd als politieke ode: we zouden publieke drinkfonteinen op iedere straathoek moeten plaatsen vanuit een collectief verlangen naar warme badplaatsen om in samen te smelten, iets wat we mijns inziens zijn verleerd. We hebben badplaatsen verruild voor onze eigen badkamers, net zoals al het publieke is verruild voor het private leven, elders. Het gelijke domein, zonder ander doeleinde dan dat gelijke, dat pure samenzijn, bestaat nu eigenlijk niet. Hier reguleren grenzen niet, maar verstoren ze. Ze worden ingevoerd om Het Zelf en Een Ander van elkaar te distantiëren. We gaan Een Ander meer benaderen vanuit angst en uitsluiting, bang voor ons eigen identiteitsverlies. Het is het mentale bouwen van een grens om ons eigen denken en voelen dat me laat stranden op de vraag hoe nog om te kunnen gaan met het oprekken van onzichtbare grenzen: Hoe nog in oprechte dialogen te treden?

Toen ik afgelopen maanden een tekst probeerde te schrijven over de artistieke praktijk van kunstenares Laila Hida in Marrakesh, besefte ik al gauw dat ik naar Marokko moest. “[…] om jezelf te confronteren met je eigen identiteit en je eigen leefgebied en dat vervolgens op een andere manier te kunnen bekijken. Wanneer je blik op het vreemde gericht is, op Een Ander, dan komt de blik vanzelf terug”, verwoordt de tekst It is part XV of an esemble and this esemble is not necessarily ceremonial[5] van kunstenaars Jochem van Laarhoven en Bas van den Hurk mijn intentie om die reis te maken scherp. Tegelijkertijd was mijn intentie om het nog onbekende te kunnen voelen, al voordat ik vertrok, begrensd. De onoverbrugbare afstand waar Van Laarhoven en Van den Hurk in hun tekst op doelen kan worden aangeraakt vanuit een poging die afstand (voor even) op te heffen. Dat had ik geprobeerd te evenaren, maar het kunnen opheffen van de onzichtbare grens tussen Het Zelf en Een Ander, is gelimiteerd. We kunnen voelen dat er grenzen zijn, weten dat die er ook mogen zijn, en kunnen dus maar tot een bepaalde mate voelen wat een ander voelt. Desalniettemin is de intentie om de eigen grens te overstijgen vanuit het besef dat dit eigen perspectief gelimiteerd is, één van de belangrijkste voorwaardes om in oprechte dialogen te kunnen treden, gedreven vanuit wederzijdse interesse voor en -in elkaar(s) context).

Pleidooi voor subjectiviteit| Begin december sprak ik op Utrecht Centraal af met kunstenaar Bjørg-Linde Michaela in voorbereiding op mijn reis naar Marokko, en stuitte ik op dezelfde vraag. Ik had haar uitgenodigd om te praten over de nog onbekende context, want ik had geen idee waarnaar ik toe reisde. De foto’s op haar Instagram toonden woestijnbeelden, huizen in die woestijn, straatdelen en mensen op straat. De foto’s hadden rumoer teweeg gebracht in de voorbereiding van een Rotterdamse kunstexpositie, en waren uiteindelijk niet getoond. Ze zouden oriëntaals zijn, not done. Nu was de jongen op haar foto’s Bjørg’s eigen vriend. Mocht de foto niet worden getoond in Nederland, maar wel in Marokko? Kon dat wel, niet? Kon een beeld worden getoond in een context waar het niet ‘volledig’ gekend zou worden, niet op de manier hoe het in ‘werkelijkheid’ was? En was dat erg? Niet juist noodzakelijk?

Een ander voorbeeld die de problematiek van het altijd gebonden perspectief door context voor mij blootlegt, is de voorstelling Dear Winnie, gespeeld door negen zwarte vrouwen met Afrikaanse roots; danseressen, zangeressen en actrices. Ik vind het een verbluffende show over identiteit, vrouw-zijn en rechtvaardigheid. Pas toen de vrouwen zelf besloten het podium te verlaten durfde ik los te laten: ik had met spanning in mijn lijf gekeken. Zolang, totdat ik mijn aangespannen spieren gingen voelen. Ik was op het puntje van mijn stoel gaan zitten, mijmerend wat ik hier nu van zou moeten vinden, terwijl die vraag er eigenlijk niet zoveel toe deed. Ik had geen mening, dacht ik toen. Ik keek. Maar later, in de gang van de toiletten waar een lange rij naar buiten puilde, zocht ik toch op mijn telefoon naar bijstanders van de ervaring die ik nog niet zelf had geplaatst. Ik las reviews online. Ik zocht drentelend naar begripsvorming. Linkervoet, rechtervoet, linkervoet, de rij verkortte. Ik zocht door. Naar duiding, herkenning, naar iéts om mijn ervaring aan te kunnen toetsen. Maar wat ik las gaf me enkel meer dat weeïge gevoel in mijn onderbuik: een behoefte aan correcte duiding. Diezelfde behoefte had ik daar in de rij voor het toilet, verlangend naar het gevoel mijn ervaring te kunnen plaatsen. Maar feit blijft: er zijn ontelbare waarheden die door subjecten beleefd kunnen worden. Moet een perspectief alomvattend zijn, en bestaat zoiets eigenlijk wel? Hoe ‘lezen’ we iets, in een andere context dan voor ons-eigen?

Het optreden van de negen spelers zou niet objectief zijn. Maar het optreden was een voorstelling, geen documentaire. De voorstelling en kritiek was anders bedoeld. Dear Winnie was er niet om te veraangenamen of vanuit diverse posities een afgewogen positie in te nemen. De voorstelling neemt een standpunt in vanuit de ervaringen en verhalen van negen subjecten, en subjectiviteit is welgemeend niet eenzijdig waar of onwaar. We blijven subjectieve belevers die enkel kunnen luisteren naar de ratio achter iemands gevoel door hiermee in aanraking te komen, voorbij de veilige hub te treden. Daar ontstaat een belangrijk conflict. Dit conflict, dat ik graag de struggle van subjectiviteit zou willen noemen, moeten we omarmen om te voelen dat onze eigen perceptief niet geldend objectief, maar eenzijdig en beperkt is als we het als ‘waar’ aannemen tussen miljoenen anderen waarheden.

Eenmaal in Marrakesh stond ik oog in oog met het werk van twee Belgische kunstenaars. Ik kantelde mijn hoofd en had mijn wenkbrauwen hoog opgetrokken. In een gespreksopname tussen mijn vriend en mij, later die avond, hoor ik de onverklaarbaarheid in mijn eigen stem. Ik was gefrustreerd, ík snapte het niet en ík moest het gáán snappen anders kon ík er toch niks over schrijven?! Tegenover het werk van de Belgische kunstenares in kunstruimte LE18 besefte ik de dag erna, midden in de Medina waar ik zo gehoopt had op het zien van ‘Marokkaanse kunstwerken’ – terwijl het juist die problematiek was waarover ik wilde schrijven –  gelukkig wat ook mijn grote probleem was. Hida leerde me dat kunstenaars in Marokko zich als tool gebruikt kunnen voelen worden, ingezet voor een Europese, westerse presentatie van wat ‘Afrikaanse’ of ‘Arab’ kunst zou zijn maar het in werkelijkheid niet volledig is (het is geproduceerd voor een specifiek publiek, gecureerd door curators die een beeld hebben van de betreffende kunst, maar cultuur daarmee rechtlijnig framed). Een oprechte dialoog in onbekende contexten begint allereerst met Een Ander niet te framen in dienst van en- voor onze eigen identiteit. Context gaat zoals gezegd gepaard met conflict, omdat we slechts vanuit een gering kader kunnen spreken, denken en ervaren. De dialoog met Belgische kunstenaars in de Medina biedt nieuwe perspectieven op een context die voor Hida- eigen is. Door context te bieden en openen voor anderen, wordt perspectief verruimd.

Besluit| Als we vanuit de overtuiging handelen dat de wereld vanuit meerdere perspectieven betreden kan worden, is het niet de angst die ons ervan weerhoudt, maar het geloof in een belofte die ons tot actie overbrengt, zoals Ponte in haar werkperiode onderzoekt. De omarming van onze diversiteit is een basis voor groei: pas in dialoog met hetgeen waartoe we ons verhouden, kunnen wij betrokken handelen, zoals Zwart’s film me die middag leert. Het denkend intellect als subject blijft toch een levend ding dat te allen tijde is verpakt met gevoelens, verlangens, pijn, hoop, liefde en verdriet. We kunnen als subject niet vanaf 5 wegen tegelijkertijd kijken, en dat hoeft ook niet. We kunnen wel opletten om ongelukken te voorkomen, en een ander voor te laten gaan. Daarvoor hoeven we enkel plaats te maken, zelf een versnelling terug te doen. En soms kan er, met gedegen intenties, ook een bewuste botsing ontstaan – zoals we dit jaar het Nederlands Paviljoen met de Biënnale van Venetië afstaan aan Estland. Die botsing kan enkel voortkomen vanuit de noodzakelijkheid even te moeten botsen, wanneer er in een context nu eenmaal moet worden geduwd, gesprongen, gescheurd en geschaterlacht. Niet om Het Zelf of Een Ander te blesseren, maar om beiden ogen te openen, en vele ogen met ons.

Deze tekst is in opdracht van Kunsthuis SYB geschreven door Liza Voetman voor SYB Circles, over het project dat Petra Ponte in november en december 2019 uitvoerde in SYB, getiteld Nola & Boni. De afbeelding is gemaakt door Maarten van Maanen, de Friese vertaling is gedaan door Eduard Knotter. Nola & Boni werd mogelijk gemaakt met steun van het Mondriaan Fonds en het Bankgiroloterijfonds.

[1]
Kundera, 1983
Kundera, M. (1983). De ondraaglijke Lichtheid van het bestaan. Weesp: Agathon

[2]
Heijne, 2019
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/20/de-geest-is-uit-de-geesteswetenschap-a3974134

[3]
Idem
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/20/het-gaat-helemaal-niet-om-feiten-het-gaat-om-beleving-a3984565

[4]
Bernstein, 2019
Bernstein, D. (2019, 30 maart). The Water Party. Geraagdpleegd van https://www.metropolism.com/nl/features/37863_column_david_bernstein_the_water_party

[5]
Deze tekst schreven Van Laarhoven en Van den Hurk tijdens hun residentie in het Luceberthuis, Bergen, 2020.