15 juni 2017

Van Londen naar Beetsterzwaag

door Yasmijn Jarram

15109556_1757979177799539_8269992287703247006_n

Internationale kruisbestuiving tussen filosofie, theorie en beeldende kunst: het nieuwe Centre for Philopsophy and the Visual Arts in Londen brengt kunstenaars en filosofen bij elkaar.

Als het gaat om kunstopleidingen, heeft Londen een uitstekende reputatie. Goldsmiths, Slade School of Art, Royal College, Royal Academy, Wimbledon, Chelsea, Central Saint Martins: stuk voor stuk gerenommeerde instituten die studenten van over de hele wereld trekken. Daarnaast vertegenwoordigt de stad diverse topuniversiteiten, waarvan King’s College een van de oudste is. Sinds kort is er een initiatief dat de artistieke en academische wereld met elkaar verbindt: het Centre for Philosophy and the Visual Arts (CPVA), opgericht door kunstenaar en MphilStud student Harald den Breejen en Sacha Goleb, lector filosofie aan King’s College. Het CPVA is een multidisciplinair centrum dat academici, kunstenaars, curatoren en galeriehouders bijeenbrengt om samen verbanden tussen filosofie, theorie en beeldende kunst te verkennen. Op wat voor manieren kunnen filosofie en hedendaagse kunst elkaar versterken? Wat zijn de conceptuele mogelijkheden en beperkingen van beeld, en welke invloed hebben bepaalde filosofen uitgeoefend op de hedendaagse kunstproductie en theorie?

Het CPVA beoogt onderzoeksmethoden uit de verschillende expertises te combineren en vervolgens te delen met een breder publiek. Hiertoe worden (online) publicaties gemaakt, openbare rondetafelgesprekken georganiseerd en tentoonstellingen samengesteld. Ook is er een artist-in-residence programma om langdurige samenwerking te stimuleren en faciliteren. De invulling van deze werkperiodes wordt bepaald in overeenstemming met het curriculum van King’s College. In een jaarlijkse open call worden twee specifieke modules uitgelicht, waarop kunstenaars binnen Europa kunnen reageren met een onderzoeksvoorstel. Naast het volgen van de geselecteerde lezingenserie krijgt de resident drie maanden begeleiding van de bijbehorende docent. Op deze wijze kunnen kunstenaars en filosofen zich gezamenlijk verdiepen in prominente metafysische en existentiële thema’s. Deze uitwisseling tussen twee vrij gescheiden domeinen beantwoordt volgens de oprichters aan een grote behoefte.

Een bijzondere toevoeging aan dit programma is de nieuwe samenwerking met Kunsthuis SYB, een artist residency en presentatie-instelling in het idyllische Friese dorp Beetsterzwaag waar Harald den Breejen in 2012 zelf resident was. In samenwerking met onder andere Noor Nuyten, als kunstenaar actief in SYB’s programmerings-commissie, werd een speciaal tweefasenprogramma gerealiseerd dat in 2017 voor het eerst plaatsvindt. Na een residency aan het CPVA, waar de nadruk ligt op reflectie en onderzoek, worden de kunstenaars uitgenodigd voor een verblijf bij SYB, waar ze in zes weken tijd nieuw werk produceren en tonen aan bezoekers. Zoals gebruikelijk bij SYB worden zij bovendien gekoppeld aan een kunstenaar of curator uit de programmeringscommissie voor artistieke feedback, en aan een auteur of kunstcriticus die over het project schrijft. Zo ontstaat niet alleen ruimte voor het uitwerken van theoretisch onderzoek, maar ook een tweede laag van dialoog en interactie.

Aan animo voor deze dubbele residency dan ook geen gebrek: de eerste open call leidde onlangs tot bijna honderd aanmeldingen. Een van de gelukkigen die werd geselecteerd is de Ierse kunstenaar Siobhán Tattan, die een PhD beeldende kunst behaalde aan Middlesex University en van 2008 tot 2010 resident was aan De Ateliers in Amsterdam. Tattan is geïnteresseerd in het najagen van vluchtige momenten en ontmoetingen die ver van het concrete dagelijks leven afstaan. Ze maakt efemere installaties die eigenlijk een soort performances zijn, maar vaak zonder de fysieke aanwezigheid van een performer. Door middel van deze afwezigheid onderzoekt Tattan hoe ze in ensceneringen van props, licht, geluid en projecties een fictief personage met al zijn emoties en subtiliteiten overeind kan houden. Vanuit geschiedkundige en literaire bronnen verweeft ze historische getuigenissen en persoonlijke fragmenten met elkaar, wat de de grens tussen mythe en realiteit doet vervagen.

Tattan meldde zich aan voor een residency aan het CPVA vanwege de collegereeks The Search for Meaning door Christopher Hamilton, die als lector aan King’s College gericht is op zowel filosofie als literatuur en taal. Tattan kwam graag meer te weten over zijn methodologie in het bevragen van de ‘condition humaine’. Volgens haar lijken de personages in Hamiltons boeken continu verwikkeld in zelf-analytische verhalen, waarin ze zich afvragen wat hun positie is in het culturele, politieke of sociale klimaat van dat moment. Het fascineert haar hoe Hamilton literaire verwijzingen combineert met een analytische strengheid, en op die manier tot interpretatie en reflectie op het menselijk leven komt. Hierin ziet Tattan veel overeenkomsten met haar eigen praktijk. Ook haar naamloze personages overbruggen de intieme complexiteiten van menselijke relaties, en banen zich een weg door bijkomende gevoelens van afstand en onthechting ten opzichte van het alledaagse leven.

De tweede resident is de Britse kunstenaar Hester Reeve, die studeerde aan Northumbria University en Lancaster University en zelf doceert aan Sheffield Hallam University. Haar werk omvat uiteenlopende disciplines; van live art, tekeningen en sculptuur tot schrijven, performance en kunstpedagogie. De relatie tussen kunst en filosofie is een van haar voornaamste onderzoeksinteresses. Als kunstenaar verkent Reeve haar verhouding tot de wereld via een ‘persona’ met de naam HRH.the. Ze is hierbij vooral geïnteresseerd in de taak van het denken, en de relatie van denken met het lichaam en materie in het algemeen. Reeve beschouwt kunst niet zozeer als een communicatiemiddel, maar als een ingewikkeld ‘koninkrijk’ dat zich continu probeert te definiëren aan de hand van van menselijke gedachten en handelingen. Ze is nieuwsgierig hoe deze conceptuele manier van denken mogelijk leidt tot nieuwe ideeën over kunstproductie, compositie en materialen.

Reeve schreef een onderzoeksvoorstel voor het CPVA in het kader van John Callanans lezingen over Kants Groundwork of the Metaphysics of Morals. In dit standaardwerk werpt Kant vragen op over moraliteit: is het mogelijk om te bepalen wanneer een actie moreel verantwoord is? En is moraliteit eigenlijk niet gewoon een menselijke uitvinding? In zijn lezingenserie analyseert Callanan Kants theorieën over de aard van morele waarde, een thematiek die correspondeert met Reeve’s eigen praktijk. Waar ze kunst beschouwt als een ‘philosophical agency’, een soort vertegenwoordiging van de filosofie, raakt haar werk regelmatig aan de status van de kunstenaar als morele ‘agent’. Voortdurend balanceert ze tussen mentale en materiële vormen van maken – een boeiend evenwicht dat uiteindelijk van toepassing lijkt op het gehele traject van Londen naar Beetsterzwaag. In het najaar van 2017 presenteren Reeve en Tattan de uitkomsten van hun onderzoeksperiodes in Kunsthuis SYB.