28 februari 2017

Elementen van een apocalyps of evolutie

door Anne Marijn Voorhorst

16700360_10154992394696449_6122274015607779848_o

Op zondag 19 februari leidt Müge Yilmaz (1985, Istanbul) ons, een groep van met name Friezen en Randstedelingen, naar het bos van Beetsterzwaag. Het is donker en modderig.

De anderhalve maand van Yilmaz’ residency zit erop. Ze heeft zich in deze periode vooral gebogen over de performance die we zo in het donker zullen beleven. Een performance waarin ze gebruik maakt van zogenaamde ghillie suits: pakken die jagers dragen om van top tot teen op te gaan in het landschap. Yilmaz gebruikte de vermommende, vervreemdende kostuums al in 2016 voor het werk The Water, the Soil, the Jungle: een ‘familieportret’ waarop we drie wollige wezens zien die zich tussen mensen, dieren en planten inhouden.

Voordat we het bos in gaan onderzoek ik de sporen die Yilmaz op de muren in SYB heeft aangebracht: verschillende groepjes mossen die ruiken naar bier en karnemelk. Er zijn onder meer vier wezens te zien, die al enigszins verwijzen naar de ‘mens-plant-dieren’. Ook is er een driehoek afgebeeld waarvan de punt naar beneden wijst. De beelden roepen een mysterieuze sfeer op. Yilmaz vertelt: ‘Iemand omschreef mijn werk eens als volgt: bij het lezen van een sciencefictionboek vorm je de beelden in je hoofd. Jouw werk zijn de beelden waarbij je het verhaal probeert te construeren.’

Buiten begint het te schemeren en Yilmaz deelt zaklampen uit. Via de achterdeur trekken we als een kudde naar het bos. Bij het golfveld van Lauswolt worden rijen omgezaagde bomen zacht belicht door lage lampen in het gras. Er staan rijen van glimmende auto’s – binnen wordt vast kreeft gegeten, stel ik me voor, of wortelcrème met gepocheerd kwartelei. We passeren hagen van rododendrons en verlaten langzaam de verlichte wereld. Yilmaz geeft ons aan wanneer we de zaklampen mogen aandoen.

Bij een laaghangende tak worden we gewaarschuwd door twee reflecterende vlekken, die oplichten als kattenogen. Deze vlekken keren terug tijdens de verdere wandeling: subtiele interventies die Yilmaz eerder aanbracht op de bomen.

Na de kronkelende, modderige tocht – schoenen die wat soppen – arriveren we bij het Witte Meer. De zaklampen gaan opnieuw uit, Yilmaz blijft uitgesproken stilstaan en zegt niets meer. We volgen haar voorbeeld en op het gekwaak van een opgejaagde eend na is het volledig stil. Afwachtend schuifelen we wat over de kleine open vlakte. Links van ons een grote container waarin de schaatsclub zijn spullen bewaart tot het weer vriest, maar welke net zo goed een ander doel kan dienen: een schuilplaats, een opslagplek voor voedsel…

Dan beginnen we te wijzen, elkaar aan te stoten – de bosjes komen tot leven. De grondlagen staan op, wrikken zich langzaam los uit hun achtergrond en omringen ons in stilte. Met hun trage bewegingen schuiven ze door de groep, richting de waterkant, waar twee elektrische kaarsen en een jerrycan klaarstaan. Deze worden opgetild en meegenomen in hun verdere parade. Met hun lichamen spreken ze een taal waar wij geen toegang tot hebben, haast vererend buigen de wezens naar het water, de bomen en elkaar.

Al sluipend begeven ze zich naar de kleine zandheuvel en richten zich op een boom wiens wortels boven de grond uit groeien en een holte vormen. Hierin zien we een verzameling plastic flessen, waar de wezens wederom buigend omheen schrijden. Zelfs het hondje van een bezoeker, die tijdens de wandeling nog tussen iedereen doorrende, heeft door dat hij getuige is van een bijzonder ritueel en staat geluidloos toe te kijken.

Hebben we zojuist een inkijkje gekregen in een apocalyptisch scenario? En, vraag ik me af, zijn we daarin dan geëvolueerd tot wezens die meer zijn dan homo consumericus, of juist terug bij af: worden we opnieuw de jager-verzamelaars van duizenden jaren geleden? Yilmaz laat dit graag in het midden, evenals of ze met de elementen die ze ons aanreikt een dys- of utopie wil schetsen. Het stilleven dat we op het eind van de tocht tussen de boomstronken en grasstengels ontdekken bevestigt dit. Yilmaz heeft op tientallen takken, stukken mos en plastic voorwerpen een laag van glow-in-the-darkverf aangebracht, waardoor de objecten groen oplichten. Het creëert zowel een sprookjesachtige als verontrustende sfeer: het lijkt wel radioactief afval.

Terwijl de elementen uit het Wallebos nog resoneren, leidt Yilmaz ons terug naar het dorp, waar mens en dier weer van elkaar gescheiden zijn en er geen acute apocalyps lijkt te dreigen. Ondertussen vormen haar personages en voorwerpen zich tot verhalen in onze hoofden. Waarvan de plotten zeer uiteenlopend zijn.

 

Müge Yilmaz, The Concrete: The Mountain, 8 januari t/m 20 februari 2017

Deze tekst werd geschreven in het kader van het schrijversprogramma van SYB. De tekst mag rechtenvrij worden gepubliceerd mits daartoe vooraf toestemming is verleend door SYB.