17 januari 2017

“Zo letterlijk volgt de praktijk het script eigenlijk nooit”

door Menno Vuister

15317935_10154750722276449_8395902645916528291_n

Over het werk van Feiko Beckers
Tekst: Menno Vuister

Soms bekruipt mij het gevoel dat de hedendaagse kunst de gewone mens volledig is kwijtgeraakt. Een aanzienlijk gedeelte van de hedendaagse kunst is namelijk verworden tot een wirwar van kunstenaarspraktijken die zich kenmerken door een extreme diversiteit aan objecten die zij opleveren. Daarbij bestaan deze kunstenaarspraktijken veelvuldig uit pogingen complexe maatschappelijke, politieke of wetenschappelijke onderwerpen te benaderen. De mogelijkheid om deze kunstvormen te interpreteren hangt daarom vaak af van de kennis die de beschouwer van de behandelde onderwerpen heeft. Onderwerpen die eigenlijk alleen toegankelijk zijn voor diegenen die zich daar beroepsmatig mee bezighouden. Hoewel ik geen moeite heb om te stellen dat hedendaagse kunst niet makkelijk hoeft te zijn, moet ik tussen de veelvoud van tijdelijke installaties en conceptuele projecten vaak denken: wat voor waarde heeft hedendaagse kunst in het dagelijks leven?

De praktijk van Feiko Beckers (1983) lijkt op het eerste gezicht een schoolvoorbeeld van de hedendaagse kunst die ik hierboven als problematisch bestempelde. De in Friesland geboren kunstenaar maakt performances en video’s, naast decorstukken en sculpturale objecten die enerzijds onderdeel zijn van wat er zich in de video’s en performances afspeelt, en anderzijds als rekwisieten worden tentoongesteld die verwijzen naar wat er eerder heeft plaatsgevonden – of juist nog zal plaatsvinden. In dit opzicht is de praktijk van Beckers er bij uitstek één die de vraag oproept wat nu precies het werk van de kunstenaar is en – wanneer deze vraag kan worden beantwoord – hoe dit werk zou moeten worden bekeken.

Toch weet het werk van Feiko Beckers zich op een interessante wijze te onderscheiden van juist dat eerder genoemde problematische karakter van bepaalde hedendaagse kunst. In tegenstelling tot de complexe politieke, maatschappelijke of wetenschappelijke vraagstukken die de hedendaagse kunst kenmerken, vertrekt Beckers’ werk vanuit persoonlijke gebeurtenissen: hij voert experimenten uit om te reflecteren op de wereld om zich heen. Vroege werken als Thirteen attempts to slip over a banana peel (2005) en An attempt to get struck on the head by a falling plant knocked over by my cat (2007) doen aan als pogingen met als doel uit te vinden of twee veel voorkomende cartoon-ongelukken in werkelijkheid ook zouden kunnen plaatsvinden; en in bijvoorbeeld Three Options (2011) laat Beckers zijn moeder opdrachten uitvoeren terwijl hij zelf uitweidt over ouders die bang zijn dat hun kind iets is overkomen.

Hoewel de eerstgenoemde werken bij lange na niet zo persoonlijk zijn als Three Options, zit de kracht hem eigenlijk al in de titels. Het gebruik van het woord attempt – ‘de poging tot’ – duidt zowel op het feit dat Beckers op een onderzoekende manier tewerk gaat, als op een kunstenaar die niet bang is de grenzen van zijn eigen comfort zone af te tasten. Zelfs als het gaat om een performance waarin Beckers in het bijzijn van zijn moeder van een ladder valt (A story about my fathers heart attack/Hanging up a family portrait with my mother, 2011); of als de kunstenaar in dialoog gaat over waarom hij een goede vriend niet wil meenemen naar zijn favoriete Italiaanse restaurant (A conversation is a risk to lose your own opinion, 2015); of wanneer hij uitlegt waarom hij een hekel heeft aan sofa’s (Why I don’t own a sofa, 2016) is Beckers niet bang om zichzelf ten gunste van zijn werk te bezeren. Bij uitstek het beste voorbeeld hiervan is de video Accident with a red car (2010), waarin de kunstenaar met een rood autootje tegen een blok beton rijdt.

Hoewel Accident with a red car, net als de andere voorbeelden, doet vermoeden alsof Beckers continu opzoek is naar pijnlijke of ongemakkelijke situaties, is dit niet waar het de kunstenaar om te doen is. Uiteraard brengt het organiseren van een auto-ongeluk gevaar met zich mee, maar de kern van het werk zit hem juist niet in de fysieke impact. Nadat Beckers eerder was betrokken bij een auto-ongeluk op de Duitse snelweg (kunstenaar en medepassagiers stapten ongedeerd uit de auto) bedacht hij het kunstwerk als een manier om de angel uit de ernst van de situatie te halen. De auto was speciaal gekocht voor het evenement, over de zijkant van de auto had Beckers een houten bord geplaatst met daarop een getekende auto met de neus al in de kreukels, en ook de sloop was reeds gebeld. Het zogenoemde ongeluk met de rode auto was daarmee het meest ideaal mogelijke ongeluk. Of beter gezegd: er was helemaal geen sprake van een ongeluk.

Door de oorspronkelijke situatie – het daadwerkelijke auto-ongeluk – dusdanig te deconstrueren heeft Beckers het voor elkaar gekregen een nare ervaring te neutraliseren. Van een dramatische situatie maakte hij een evenement waaruit alle dramatische factoren waren weggesneden en er, in plaats van een heftige herbeleving, juist droge humor in een artistiek jasje ontstond. Het gevaar waarin Beckers zichzelf bracht door met een auto op een blok beton in te rijden is voor de kunstenaar dan ook niks anders dan de logische consequentie van zijn idee om de gebeurtenis een plek te geven. Het is precies daarom dat de kracht van Accident with a red car niet ligt in het schijnbare gevaar, maar in de uitwerking van de video op de beschouwer.

Door de droge registratie en komische eenvoud van het geënsceneerde ongeluk gaat de video op verrassende wijze in tegen het verwachtingspatroon van de kijker. De titel van het werk spreekt eigenlijk weinig tot de verbeelding, maar toch wordt je als kijker geconfronteerd met de onbewuste conditionering van dagelijkse media. Terwijl de auto vaart maakt richting het beton verwacht je zondermeer een plottwist, een verrassende wende, of op zijn minst een punch line, maar niks van dit alles gebeurt. De auto botst op het beton, het ongeluk is voltrokken en hoewel Beckers hier letterlijk uitvoert wat de titel van het werk belooft, blijf je als kijker enigszins verward achter. Zo letterlijk volgt de praktijk het script eigenlijk nooit.

Accident with a red car is symptomatisch voor het taalspel dat een steeds belangrijkere rol is gaan spelen in het oeuvre van Beckers. Door juist letterlijk uit te voeren wat hij bedenkt, en door elementen op een simpele, droge en vaak komische wijze te gebruiken, speelt de kunstenaar met het verwachtingspatroon van de beschouwer en doorbreekt hij regelmatig het moeilijk af te bakenen kader van de performance of video. Wanneer Beckers bijvoorbeeld zijn vader of moeder in zijn werk gebruikt, introduceert hij hen droogjes. Hij laat er geen twijfel over bestaan dat het hier echt om één van zijn ouders gaat. Voor de beschouwer doet hij zo een wellicht ongemakkelijke situatie verworden tot een humoristisch, voldongen feit.

In tegenstelling tot Accident wordt in andere werken veelvuldig gebruik gemaakt van gesproken taal. Beckers schrijft scripts en acteert (al dan niet met anderen) verhalen die gaan over zijn strubbelingen in het leven en schurende sociale situaties. De kunstenaar behandelt hierin telkens één of meerdere waargebeurde situaties waarvoor hij een oplossing verzint, om vervolgens – al vertellend – uit de doeken te doen dat ook de gevonden oplossingen niet werken. Zo gaat hij in de installatie The Inevitable Others (2016) – die Beckers maakte als resultaat van zijn verblijf in Kunsthuis Syb – in op drie voorbeelden waarin hij een poging doet om lastige sociale situaties te voorkomen. Zo ziet de kunstenaar er bijvoorbeeld het nut niet van in om met anderen naar de bioscoop te gaan, omdat deze personen alleen maar in het donker naast hem zitten. Om echter ongestoord en alleen naar de film te kunnen, en niet alsnog in de rij of zaal bekenden tegen te komen, probeert Beckers zo kort mogelijk voor het begin van de voorstelling naar de bioscoop te gaan. Hoewel hij hierdoor niet in de rij hoeft te staan en ongezien de zaal in zou kunnen lopen, is het grote nadeel dat Beckers te laat is en daardoor de film niet meer kan zien.

In een tweede casus illustreert Beckers een poging ongestoord over straat te lopen zonder een praatje met bekenden te hoeven maken door tijdens het lopen heel boos te kijken. Het effect is echter dat het door zijn boze grimas juist lijkt alsof hij opzoek is naar hulp. Hierdoor wordt hij juist vaker aangesproken, en nu zelfs ook nog door onbekenden.

Het vertellen van de drie verhalen die Beckers uiteenzet zijn niet het enige dat er in The Inevitable Others gebeurt. In talkshow-format introduceert Beckers per verhaal steeds één gast. De gasten komen echter niet aan het woord en de verhalen worden afgewisseld met muzikale intermezzo’s waarin naast de muzikant ook de ruimte buiten het decor zichtbaar is. Zo gebeuren er rond de vertellende kunstenaar dus nog een aantal opmerkelijke dingen waarvan de effecten Beckers’ kunst kracht bijzetten. De niet-sprekende gasten in de talkshow spelen na hun introductie geen rol meer, maar hun aanwezigheid verwijst wederom naar de titel van het werk. Ook wanneer Beckers zijn verhaal alleen wil vertellen is hij door het gebruikte talkshow-format genoodzaakt om er anderen bij te betrekken. Het muzikale intermezzo, en het wegdraaien van de camera dat hiermee gepaard gaat, zorgen zowel voor een komisch effect als voor het doorbreken van de schijnwerkelijkheid die wordt gecreëerd door het decor.

Samen met de anekdotes die Beckers vertelt, die tevens de ontstaansgeschiedenis van het werk uitleggen, zorgen alle elementen in het werk voor demystificatie. Het werk spreekt over een groeiende maatschappelijke kwestie in de (Nederlandse) samenleving: de behoefte alleen te zijn, maar de kunstenaar vertelt hierover vanuit eigen ervaring. Ook de almaar mislukkende oplossingen werken demystificerend. Ze laten zien dat een volstrekt logische gedachtegang in theorie doorgaans een goede oplossing lijkt te zijn, terwijl dit in de praktijk vaak niet zo eenduidig blijkt uit te pakken. De beschouwer wordt hiervan bewust gemaakt doormiddel van anekdotes doordrenkt met droogheid en humor, om zo te begrijpen dat de werkelijkheid in wezen altijd net iets anders in elkaar zit dan dat wij deze kunnen denken.

Hoewel de combinatie van verschillende artistieke aspecten, waaronder geschreven tekst, acteerwerk, het zelfgebouwde decor, de uiteindelijke video en de installatie als geheel het ingewikkeld maakt om antwoord te geven op de vraag wat nu precies het werk van de kunstenaar is, is juist deze vraag volstrekt onbelangrijk om het werk van Beckers te kunnen interpreteren. Door zijn toepassing van demystificatie, in de vorm van anekdotes, humor en ogenschijnlijk eenvoudige, maar doordachte keuzes van de kunstenaar, is het werk te bezien als dat van een praktisch filosoof. Door zijn persoonlijke overdenkingen direct in te zetten, werken Beckers’ video’s ontwapenend en stellen zijn de kunstenaar in staat zijn eigen verhaal te vertellen. Een verhaal van een individu dat pogingen onderneemt tot beter inzicht te komen over de wereld om zich heen. De manier waarop Beckers dit communiceert stemt zowel tot nadenken als dat het ontroert en amuseert. Zeker met de complexe situatie van de hedendaagse kunst in het achterhoofd, werkt dat treffend.

 

Feiko Beckers, The Inevitable Others, 7 november t/m 22 december 2016

Deze tekst werd geschreven in het kader van het schrijversprogramma van SYB. De tekst mag rechtenvrij worden gepubliceerd mits daartoe vooraf toestemming is verleend door SYB.