13 februari t/m 20 maart 2016

Het gebeurt gewoon vanzelf

door Julia Steenhuisen

de-dingen-in-huis-het-eten-4

‘De wereld, niet meer als een alsmaar opnieuw af te leggen parcours, niet als een wedren zonder eind, een almaar opnieuw aan te nemen uitdaging, niet als louter voorwendsel voor een troosteloze vergaring, ook niet als illusie van een verovering, maar als het hervinden van een betekenis, het waarnemen van een aards handschrift, van een geografie die we, al weten we dat niet meer, zelf hebben geschreven.’

George Perec, De Ruimten Rondom

De opbouw van het huis, met zijn drempels en binnenkamers, is afgestemd op de omvang van het lichaam: de grootte van de voetstap, bijvoorbeeld, een armzwaai of de ruimte boven het hoofd. Zijn functie wordt bepaald door de gemeenschappelijke, alledaagse, herhalende handelingen die er plaatsvinden. Handelingen, meer onderhoudend en verzorgend dan scheppend. Het huis is primaire leefruimte, stilstand en bescherming — als beschutting van een rumoerige buitenruimte, de vier muren van de woning daarbij dienstdoende, al is het passief, als grenslijnen tussen de publieke ruimte en het privédomein. Als huis dat de buitenruimte niet geheel afbakent, vormt Kunsthuis Syb in Beetsterzwaag hierop een uitzondering. Het biedt de verblijvende kunstenaars de zekerheid voor afzondering en reflectie, en onthaalt tegelijkertijd ook het publiek.

Binnen deze ruimtes van Kunsthuis Syb namen Maaike Knibbe en Rachel Sellem tijdens hun residency de structuur, het interieur en het gebruik van het huis in gedachten om er zelf een, van detail tot detail, te componeren — door de vaste elementen die het huis doorgaans constitueren daarmee op een nieuwe manier in te zetten. Het nieuw gecreëerde huis moest werken als een duidelijke tegenstelling van de twee bovengelegen verdiepingen waar ze tijdens hun residency sliepen en aten: ruimtes die worden gekenmerkt door nut. “Dat is de praktische wereld,” zegt Sellem, “op de begane vloer scheppen we een alternatief voor die wereld.” Elk onderdeel werd daarvoor uitgedacht. Met maniakale energie werkten ze aan arbeidsintensieve meubels, bontgekleurd, hysterisch.

Het huis bleek bij uitstek een concept waarbij hun beider perspectieven en werkwijzen samenvallen en elkaar aanvullen. In het huis dat zij construeren, stuurt het duo aan op een bewustzijn van de kleine handelingen en de onvervangbare parafernalia, en tegelijkertijd op een besef van de architecturale ruimte die het lichaam omringt en beschermt. De twee kunstenaars leerden elkaar vorig jaar kennen tijdens Object Rotterdam waar ze beiden eigen werk toonden. Hoewel hun praktijk op veel manieren aan elkaar was tegengesteld, was er ook herkenning. Niet alleen hun gedeelde belangstelling voor materialiteit werd snel duidelijk, ook vonden ze in elkaar aanvulling van wat in hun individuele praktijk ontbrak — wat dat precies was, was nog onduidelijk. Sellem is voornamelijk op zoek naar de rol die een object speelt in een specifieke omgeving: “Ik wil weten hoe iets functioneert. Dat is iets waar we ongemerkt aan voorbij gaan — spullen gebruiken we zonder na te denken. Ik wil onderzoeken hoe iets voelt, hoe licht het is, of hoe zwaar.” En waar Sellem juist geïnteresseerd is in de verfijnde, kleine handeling zoekt Knibbe naar de werking van ruimte op het lichaam als geheel.

Tijdens hun samenwerking volgden ze niet de strikte logica van het huis en diens inrichting. “We zijn niet bezig met dingen te beredeneren. We denken bijvoorbeeld niet: er moeten gaten in het kamerscherm zodat het net niet op een kamerscherm lijkt. Uiteindelijk werken we gevoelsmatig; of iets goed voelt of niet. De principes van een woonkamer gebruiken we om telkens op terug te vallen, als houvast. Maar we laten ons er uiteindelijk niet door leiden.” Ergens hangt een tapijt dat ze maakten van vuilniszakken — een ongemakkelijk materiaal, maar op zo’n manier geweven dat het resultaat soepel en zacht oogt. Een vloerbedekking maakten ze van gegoten en beschilderde gipsbolletjes. Een ander kleed borduurden ze avond na avond, terwijl ze samen voor de televisie zaten (een activiteit waarmee zij naast het concept ‘huis’ ook de notie van ‘huiselijkheid’ onderzochten). Ronde vormen zijn een terugkerend element in hun gezamenlijke werk. Dit ‘bollenfascisme’, zoals ze het zelf noemen, wordt gebruikt om tegen de harde, rechte ruimte in te gaan. Sellem: “Het gebeurt gewoon vanzelf. Telkens ronden we alle vormen af, maar niet letterlijk. Alles blijft onaf. Dat zal ook zo blijven, dat doen we bewust. Het geeft een soort nonchalance aan het geheel. Die nonchalance valt samen met transparantie: bij ieder object is zichtbaar hoe het in elkaar zit en waar het voor dient. Niets blijft verborgen.”

De objecten duiden op een hang naar geborgenheid en comfort die alleen in een parallelle wereld kan bestaan, in een vorm die beheersbaar en tegelijkertijd open blijft voor verandering. Uitgangspunt en doel zijn het creëren van een dynamische omgeving, waarin objecten centraal staan, maar ook hun gebruik aan bod komt. Voor beiden geldt dat van het werk een tactiele kwaliteit uitgaat en het aanraakbaar is — dat objecten door die aanraking zelf vervormen, of zelfs kapotgaan is een beoogd en logisch gevolg. Tactiliteit wordt nog verder fysiek gemaakt door tijdens de opening van de tentoonstelling ook zelfbereid eten te serveren: om het gemaakte werk tot je te nemen en het vervolgens als geheel te verteren.

publicatie-de-dingen-in-huis-1

Publicatie De Dingen in Huis

de-eetkamer-1 de-eetkamer-2 de-eetkamer-3 de-eetkamer-4 de-eetkamer-5 de-keuken-1 de-keuken-2 de-slaapkamer-4 de-slaapkamer-1 de-slaapkamer-2 de-slaapkamer-3 de-slaapkamer-6 de-slaapkamer-7 de-slaapkamer-8 de-slaapkamer-9 de-woonkamer-1 de-woonkamer-2 de-woonkamer-3 de-woonkamer-4 de-woonkamer-opblaasbank-2 het-kamer-scherm-in-de-maak kast1 nog-meer-dingen-1 nog-meer-dingen-2 nog-meer-dingen-3 nog-meer-dingen-5 nog-meer-dingen-6 nog-meer-dingen-7 nog-meer-dingen-8